-
Steun het Indiase Echtpaar en doneer op ACT Fundraising for Kathirvelu & Nagarani
Adoption is not humanitarian aid
‘Babylift’ operatie op gang uit Haïti
Amsterdam, 18 januari 2010 - Na de ramp in Haïti begint de humanitaire hulp op gang te komen maar ook versnelde adopties, mogelijke kinderroof en geforceerde afstand voor interlandelijke adopties naar het westen. Het weghalen van kinderen in tijden van rampen en oorlogen onder het mom van adoptie, is volgens de visie van United Adoptees International (UAI) geen vorm van humanitaire hulp. Wat betreft Haïti is de reactie van de Nederlandse overheid een onverantwoordelijke reactie op de situatie waar momenteel controle en toezicht niet te handhaven zijn. Toch heeft de Nederlandse overheid gemeend adoptie als eerste prioriteit te moeten stellen en is het nu al akkoord gegaan met 110 adopties uit Haïti. Waarvan eerst 56 adopties versneld werden goedgekeurd door het Ministerie van Justitie met als argument dat deze reeds in de ‘pijplijn’ zaten. Hierdoor zien adoptiebureaus Nederlandse Adoptiestichting (NAS) en het grootste Nederlands adoptiebureau Wereldkinderen, onder druk van aspirant adoptieouders, hun kans schoon om druk uit te oefenen om meerdere (risicovolle) adopties los te krijgen uit Haïti.
Adoptie is een laatste redmiddel, geen eerste hulpmiddel.
De geschiedenis en feiten leren ons dat adopties uit Haïti risicovol zijn en onzorgvuldig plaatsvinden. In 2003 riep de Jeugd inspectie op tot strikte controle, na meerdere meldingen van onzorgvuldige adopties. Toentertijd werd zelfs een vergunninghouder stilgelegd vanwege dubieuze adopties uit Haïti. Vervolgens heeft de UAI op 13 mei 2008 in de media gewag gemaakt van een dramatische adoptie die illustratief is voor meerdere adopties uit Haïti. Een adoptie echtpaar heeft toen in de televisie-uitzending van EenVandaag haar verhaal gedaan over hun adoptiekind die de rest van haar leven in psychiatrische inrichtingen zal moeten verblijven. Gezien de vreselijke ramp en de erbarmelijke situatie in Haïti die ontstaan is, wordt de ‘babylift’ operatie enkel door emotie en vanuit een neokolonialistisch denken gestuurd: “onze kinderen zijn beter af in het Westen”. In deze situaties lijkt het de UAI niet meer dan logisch om de vereiste procedures te doorlopen, ook in deze situatie.
In tijden van rampen en oorlogen blijkt keer op keer weer dat kinderen voortijdig naar het Westen worden gehaald voordat regeringen weten hoe om te gaan met de ramp. De term ‘babylift’ operaties stamt uit de tijd van de Vietnam oorlog in de zeventiger jaren, waar kinderen per vliegtuig naar Amerika werden gevlogen. Zonder te controleren of de kinderen daadwerkelijk wees waren of afgestaan door hun ouders. Vele Vietnamese ouders hebben jarenlang vergeefs gezocht naar hun geroofde kinderen. Maar dit soort acties vinden nog steeds plaats, een recent en sprekend voorbeeld daarvan is Arc van Zoë, waar geprobeerd werd honderd kinderen uit Tsjaad te smokkelen voor interlandelijke adoptie onder de mom van humanitaire hulp.
NGO's zoals het Rode Kruis pleiten voortdurend voor een voorlopige stop of een zorgvuldige benadering van adoptie in tijden van crisis. Deze instituten vragen simpelweg meer tijd om kinderen weer met hun ouders of familieleden te herenigen. De UAI heeft inmiddels contact gelegd met meerdere hulporganisaties waaronder Plan Nederland en hen gevraagd om hun visie over de ramp in Haïti. Zij maken zich grote zorgen over de situatie in Haïti en met name het grote risico op ontvoeringen van kinderen. Sinds 1973 is Plan Nederland werkzaam in Haïti en is daar ter plaatse met 143 medewerkers. Zij is daar één van de grootste ontwikkelingsorganisaties. Tijdens rampen heeft Plan, naast het bieden van medische en andere hulpmiddelen, als eerste prioriteit; het beschermen en voorkomen van kinderen tegen uitbuiting, ontvoering en mishandeling. Uit eigen ervaring weet Plan dat in tijden van crisis, de kans op ontvoeringen van kinderen erg groot is.
De reactie van de Nederlandse overheid vindt de UAI dan ook prematuur en niet overdacht en teveel ingegeven door emoties in plaats van gepast na te denken voor te handelen. En na alle adoptieschandalen van afgelopen jaren zou men toch verwacht hebben dat Nederland nu haar les op dit gebied wel geleerd zou hebben. Echter de realiteit die nu de ronde doet, laat een tegenovergesteld beeld zien. En het is maar de vraag of dat werkelijk in het belang van kinderen en de ouders in Haïti is.
Noot voor de redactie:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Joan Hansink, telefoonnummer:
06-41499771
of mail naar uai.jhansink@gmail.com. Zie ook www.uai-news.blogspot.com en www.uai-sti.blogspot.com.

| | United Adoptees International Postbus 92269 |
|
Algemene Brief Uitgegaan naar enkele grote NGO’s in Nederland.
|
Geachte…./ Beste…,
Afgelopen week is de wereld overspoeld met berichten over de ramp in Haïti. Dit leverde buiten vreselijke beelden van menselijk leed ook de vraag op en hoe nu verder.
Als eerste dient natuurlijk de humanitaire hulp op gang te komen en zorg te worden gedragen voor medische voorzieningen en voedsel. Echter gaan dit soort rampen sinds enkele decennia ook gepaard met versnelde adopties, kinderroof (childtrafficking) en geforceerde afstand voor interlandelijke adopties naar het westen.
Grote non gouvernementele organisaties waarschuwen voor een verkeerd signaal om adoptie te zien als prioriteit verpakt onder het mom van humanitaire hulp. Zo wordt er een appel gedaan op andere prioriteiten zoals gesteld hierboven.
Toch heeft ook de Nederlandse overheid gemeend adoptie als eerste prioriteit te moeten stellen en is het nu al akkoord gegaan met 110 adopties uit Haïti. Waarvan eerst 56 adopties versneld werden goedgekeurd door het Ministerie van Justitie met als argument dat deze reeds in de ‘pijplijn’ zaten zien adoptiebureaus, onder druk van aspirant adoptieouders, hun kans schoon om druk uit te oefenen om meerdere (risicovolle) adopties los te krijgen uit dit getroffen land.
Zo de minister van justitie eerst deze week aangaf risicovolle adopties te stoppen is hij nu van mening dit soort adopties wel doorgang te laten vinden op basis van humanitaire gronden. De UAI maakt zich grote zorgen over dergelijke inconsistente uitingen. Vooral nu blijkt dat de tussenpersoon in Haïti (Gods Littlest Angels) zelf op haar weblog schrijft dat zij ouders in Haïti beweegt om kinderen af te staan voor interlandelijke adopties. Op deze berichtgeving heeft het ministerie nog niet gereageerd.
Steeds blijkt het weer, dat in tijden van crisis, we hebben het gezien bij onder andere in de tijd van de Tsunami ramp, dat vaak eerst de adoptieorganisaties voet aan wal zetten voordat regeringen duidelijk hebben hoe met de ramp om te gaan. Wij vinden dat een onverantwoordelijke vorm van kinderoogsten voor het belang van adoptieouders.
Het lijkt erop dat de internationale gemeenschap massaal aan dit fenomeen gehoor geeft. Naast Nederland zijn Frankrijk, België, Canada, en de Verenigde Staten uitgevolgen met eigen luchtbruggen om zoveel mogelijk kinderen het land uit te krijgen. Niet voor medische hulp of anderszins maar voor interlandelijke adoptie.
De enige reden waarom dit kan gebeuren is, omdat adoptieorganisaties deze kinderen niet zien als ingezetenen van Haïti maar als HUN kinderen zoals de initiatiefnemer in Nederland, De Nederlandse Adoptie Stichting (NAS) het communiceerde.
Het stemt ons triest, dat er zo massaal en volop gebruik gemaakt wordt van deze ramp onder verkeerde voorwendselen, met geld en moeite van de samenleving, in plaats werkelijk na te denken wat voor de ouders daar en hun kinderen (Naar schatting leefden de meeste ouders nog voor de ramp, waardoor ook de procedures vertraging opliepen vanwege afstandsverklaringen etc.) goed zou zijn. Het weghalen van kinderen onder het mom van humanitaire hulp voor adoptie hoort ons inziens daar niet bij.
Graag vernemen wij het standpunt van uw organisatie en verzoeken u anderszins dit onderwerp binnen uw organisatie te willen communiceren.
Hoogachtend,
Hilbrand W.S. Westra
Voorzitter United Adoptees International